Hoe kan een olieprijs negatief worden?
De WTI-olieprijs is de prijs van een termijncontract: een afspraak om later olie te leveren in Cushing, Oklahoma. Wie zo'n contract bezit wanneer het afloopt, moet de olie daar fysiek in ontvangst nemen, tenzij hij iets anders heeft geregeld. In de praktijk gebeurt dat met ongeveer 1% van de verhandelde contracten [1].
In april 2020 wilde bijna niemand die olie hebben. Door de coronapandemie draaiden de Amerikaanse raffinaderijen nog 12,8 miljoen vaten per dag, 24% minder dan een jaar eerder. De opslag in Cushing, goed voor 76 miljoen vaten, was op 17 april al voor 76% gevuld, en een deel van de rest was al verhuurd [1]. Handelaars die hun contract voor mei niet kwijt raakten en geen opslag hadden, betaalden anderen om de olie over te nemen.
Was olie echt gratis?
Nee. De negatieve prijs bleef grotendeels beperkt tot dat ene aflopende contract. Contracten voor latere maanden en andere Amerikaanse spotprijzen bleven boven nul [1], en Brent, de Europese referentie, noteerde de dag erna nog $19,33 [1]. Aan de pomp en voor mazout betaalde niemand minder dan nul, want accijnzen, btw en distributie blijven gewoon doorlopen. Wel zakte de Belgische maximumprijs voor stookolie vanaf 2.000 liter eind april 2020 tot een record, de laagste prijs sinds 2008 [4].
Wat volgde
Op 12 april 2020 hadden OPEC en partners als Rusland al hun grootste productieverlaging ooit afgesproken: 9,7 miljoen vaten per dag minder vanaf 1 mei [3]. Toen die inging en de economieën weer opengingen, herstelde de prijs. Bekijk het hele jaar op de pagina olieprijs 2020.